Interventies
Risico voor de Staat op 31-12-2015
geld garanties
Interventies Risico voor de Staat op 31-12-2015
geld garanties
Overname Fortis / ABN AMRO 67.6815 34.7653 32.5463 31.7053 31.7053 31.7053 31.5053 25.8772 0 0 0 32.6113 9501 9501 9501 9501 00 00 0 0
Nationalisatie SNS REAAL 0 0 0 0 0 3.8001 3.8001 2.7001 0 0 0 0 0 0 0 4.1661 3.6001 2.6231 0 0
Kapitaal- verstrekkings- faciliteit 13.7501 7.5651 7.0651 3.5651 2.8151 2.0651 5651 5651 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Garantiefaciliteit bancaire leningen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 2.7401 47.1014 38.9983 33.1753 16.9002 9.8621 00 00 0 0
Verruiming deposito- garantiestelsel 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Voorfinanciering uitkering depositogarantie stelsel IJsland 1.2361 1.4351 1.4351 9921 7011 6241 11 00 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Back-upfaciliteit ING 0 15.8572 13.0841 10.2641 7.6551 2.7221 00 00 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Totaal risico voor de Staat op 31-12-2015
 
82.667 59.622 54.130 46.526 42.876 40.916 35.871 29.142 2.740 79.712 39.948 34.125 17.850 14.978 3.600 2.623
miljoen €

Overname Fortis /ABN AMRO

Exitstrategie

De minister van Financiën beheert de belangen van de Staat in de financiële sector. Hij bereidt ook de afwikkeling van de interventies voor (de exitstrategie). NLFI adviseert de minister hierbij.
De minister informeerde op 23 augustus 2013 de Tweede Kamer over de toekomstplannen voor ABN AMRO, ASR en SNS REAAL(1). Daarbij vraagt hij de Tweede Kamer in beginsel in te stemmen met de voorgestelde vervolgstappen.

ABN AMRO

De minister concludeerde in zijn brief van 23 augustus 2013 dat een beursgang de meest reële optie was voor ABN AMRO. Op 17 december 2013 is de motie-Merkies (2) over het in overheidshanden houden van ABN AMRO verworpen. Hierdoor kon de minister van Financiën de toekomstige verkoop van ABN AMRO voorbereiden. Op 27 maart 2015 heeft de minister van Financiën de Tweede Kamer geïnformeerd over uitstel van het besluit over de verkoop van ABN AMRO. Reden voor uitstel van dit besluit waren Kamervragen over het beloningsbeleid voor het bestuur van ABN AMRO (3).

Op 22 mei 2015 heeft de minister van Financiën de Tweede Kamer geïnformeerd over de de verkoop van ABN AMRO via een beursgang. Deze verkoop zou vanaf het vierde kwartaal van 2015 kunnen plaatsvinden (4). Een beursgang van ABN AMRO zou volgens de minister nog steeds de meest reële optie zijn. Voor een beursgang zou volgens NLFI voldoende interesse zijn.
Over het verkoopproces zelf meldde de minister dat de verkoop van ABN AMRO gefaseerd zou gaan plaatsvinden. Bij een beursgang zou afhankelijk van de marktomstandigheden tussen de 20 en 30% van het aandelenkapitaal worden verkocht. Vervolgens zouden over een periode van een aantal jaren de overige aandelen worden verkocht. De minister gaf aan zich niet over de verkoopprijs per aandeel te kunnen uitspreken. Het kabinet streefde ernaar zoveel mogelijk van de totale kapitaaluitgaven terug te verdienen.

Beschermingsconstructie

ABN AMRO heeft bij de beursgang certificaten van aandelen gekregen. De constructie waar het hier om gaat betreft een ‘stichting administratiekantoor’ (STAK). Certificering is er vanaf de eerste dag van de beursnotering en geeft de houders daarvan volledig stemrechten en economische rechten. Echter, in bepaalde gevallen van ongewenst aandeelhoudersactivisme en bij een (dreigend) overnamebod waarover geen overeenstemming met ABN AMRO is bereikt, kan de STAK op alle gecertificeerde aandelen tijdelijk de stemvolmachten intrekken. Het doel is om tijd en ruimte te scheppen om het bod te bestuderen en erover te besluiten.

Beursgang

In zijn besluit van 14 augustus 2015 machtigde de minister van Financiën NLFI om het verkoopproces van ABN AMRO feitelijk te starten en alle daarmee samenhangende werkzaamheden te verrichten (5).

Vanaf 20 november 2015 zijn certificaten van aandelen ABN AMRO genoteerd en verhandeld op Euronext Amsterdam. Bij de beursgang zijn 23% van de certificaten ABN AMRO verkocht tegen een uitgiftekoers van € 17,75. Deze 23% bestond uit een basisomvang van 20% en een overtoewijzingsoptie (zogenaamde‘green shoe’) van 3% om de koers te stabiliseren. Voor deze optie hebben de banken de certificaten geleend van NLFI.

Op 3 december 2015 meldde de minister van Financiën dat gelet op het positieve koersverloop, de banken de overtoewijzingsoptie hebben uitgeoefend. Dit betekende dat de banken de geleende certificaten hebben gekocht van NLFI. De totale opbrengst van de beursgang bedraagt € 3.828 miljoen. (6)

Op 17 november 2016 is 7% van de certificaten van aandelen ABN AMRO verkocht. De opbrengst was € 1.326 miljoen. Het aandeel van de Staat in ABN AMRO daalde daardoor tot 70%. (7)

ASR

NLFI heeft de minister van Financiën tijdens de zomer van 2014 geadviseerd over de exitstrategie. NLFI adviseerde de eerder gevolgde dual track- benadering voorlopig aan te houden en eerst de verkoop van REAAL en de beursgang van Nationale Nederlanden af te wachten. De minister van Financiën nam het advies van NLFI over. In zijn brief van 22 mei 2015 over de verkoop van ABN AMRO meldde de minister van Financiën dat hij voornemens is om nog in 2015 een besluit te nemen over de verkoop van ASR. Op 27 november 2015 informeerde de minister van Financiën de Tweede Kamer dat het kabinet had besloten ASR te verkopen via een beursgang. Volgens NLFI was er voldoende interesse en was ASR in staat gebleken om zelfstandige investeerders aan te kunnen trekken. Beursintroductie zou mogelijk zijn vanaf de eerste helft van 2016. (8)

Vanaf 10 juni 2016 zijn de aandelen ASR genoteerd en verhandeld op Euronext Amsterdam. Bij de beursgang is 40% van de aandelen ASR geplaatst tegen een uitgiftekoers van € 19,50. Deze 40% bestond uit een basisomvang van circa 35% en een overwijzingsoptie van circa 5%.
Op 11 juli 2016 meldde de minister van Financiën dat door de toegenomen volatiliteit op de aandelenmarkten gedeeltelijk gebruik is gemaakt van de overtoewijzingsoptie om de koers te stabiliseren. Uiteindelijk is circa 36,3% van de aandelen verkocht, waardoor de beursgang ASR € 1.065 miljoen heeft opgebracht. (9) 

Op 13 januari 2017 is 13,6% van de aandelen ASR verkocht. De opbrengst was € 452 miljoen. Het aandeel van de Staat in ASR daalde daardoor tot 50,1%. (10)

  1. Brief van de minister van Financiën aan de Tweede Kamer van 23 augustus 2013, kenmerk: FIN/2013/395
  2. Tweede Kamer, Vergaderjaar 2013-2014, 32 013, nr. 43.
  3. Brief van de minister van Financiën aan de Tweede Kamer van 27 maart 2015, kenmerk: FIN/2015/368U
  4. Brief van de minister van Financiën aan de Tweede Kamer van 22 mei 2015, kenmerk: FIN/2015/227U
  5. Besluit van de minister van Financiën van 14 augustus 2015, kenmerk: FIN 2015/963 M
  6. Brief van de minister van Financiën aan de Tweede Kamer van 3 december 2015, kenmerk: FIN/2015/1461U
  7. Brief van de minister van Financiën aan de Tweede Kamer van 22 november 2016, kenmerk: 2016-0000207066
  8. Brief van de minister van Financiën aan de Tweede Kamer van 27 november 2015, kenmerk: FIN/2015/1261U
  9. Brief van de minister van Financiën aan de Tweede Kamer van 11 juli 2016, kenmerk: 2016-0000093984
  10. Brief van de minister van Financiën aan de Tweede Kamer van 13 januari 2017, kenmerk: 2017-0000006336