Interventies
Risico voor de Staat op 31-12-2015
geld garanties
Interventies Risico voor de Staat op 31-12-2015
geld garanties
Overname Fortis / ABN AMRO 67.6815 34.7653 32.5463 31.7053 31.7053 31.7053 31.5053 25.8772 0 0 0 32.6113 9501 9501 9501 9501 00 00 0 0
Nationalisatie SNS REAAL 0 0 0 0 0 3.8001 3.8001 2.7001 0 0 0 0 0 0 0 4.1661 3.6001 2.6231 0 0
Kapitaal- verstrekkings- faciliteit 13.7501 7.5651 7.0651 3.5651 2.8151 2.0651 5651 5651 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Garantiefaciliteit bancaire leningen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 2.7401 47.1014 38.9983 33.1753 16.9002 9.8621 00 00 0 0
Verruiming deposito- garantiestelsel 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Voorfinanciering uitkering depositogarantie stelsel IJsland 1.2361 1.4351 1.4351 9921 7011 6241 11 00 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Back-upfaciliteit ING 0 15.8572 13.0841 10.2641 7.6551 2.7221 00 00 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Totaal risico voor de Staat op 31-12-2015
 
82.667 59.622 54.130 46.526 42.876 40.916 35.871 29.142 2.740 79.712 39.948 34.125 17.850 14.978 3.600 2.623
miljoen €

Voorfinanciering uitkering depositogarantiestelsel IJsland

Risico's

De Nederlandse Staat wil de bedragen terugontvangen die zij heeft voorgefinancierd om tegoeden van spaarders bij Icesave te vergoeden. Daartoe is eerst een beroep gedaan op de inkomsten uit de failliete boedel van Landsbanki. De IJslandse Staat en de curatoren verwachtten dat de boedel van Landsbanki voldoende middelen bevatte om de lening in zijn geheel terug te betalen.

Rente- en uitvoeringskosten kan de Staat volgens het IJslandse faillissementsrecht echter niet verhalen op de boedel. Uitzondering hierop is een deel wettelijke rente tot en met 22 april 2009.

Om het risico af te dekken dat de boedel van Landsbanki toch niet toereikend mocht zijn om het gehele bedrag terug te betalen, heeft de minister van Financiën verschillende pogingen gedaan om met IJsland een leenovereenkomst af te sluiten. Deze overeenkomst hebben de IJslandse president en de bevolking verworpen.

De Surveillance Authority van de Europese vrijhandelsassociatie EFTA was daarnaast een procedure begonnen om de terugbetaling door IJsland mogelijk te maken. Het hof van justitie van diezelfde EFTA heeft op 28 januari 2013 uitspraak gedaan. IJsland blijkt de internationale regels niet te hebben overtreden door in 2008 Nederlandse (en Britse) spaarders geen schadevergoeding toe te kennen bij de ondergang van Icesave. De EFTA bepaalde verder dat het IJslandse depositogarantiestelsel wel een betalingsverplichting heeft. Met deze uitspraak onderhandelden Nederland en de uitvoerder van het IJslandse depositogarantiestelsel (TIF) verder.

De gesprekken verlopen echter moeizaam. Hierop heeft DNB in november 2013 de TIF gedagvaard, om een mogelijke verjaring van de vordering te voorkomen. In de dagvaarding vordert DNB het onder het IJslandse depositogarantiestelsel aan Icesave-spaarders uitgekeerde bedrag terug, inclusief rente en gemaakte kosten. De TIF heeft hiervoor namelijk een bedrag gereserveerd, maar heeft dit bedrag nog niet aan DNB uitgekeerd.

Eind 2013 heeft de Nederlandse Staat uit de boedel van Landsbanki 811 miljoen euro terugontvangen. Daarnaast is in 2011 circa 12 miljoen euro in IJslandse kronen aan de Staat uitgekeerd. Deze kronen kan de Staat vanwege de kapitaalrestricties nog niet converteren in euro’s. Een poging begin 2015 om via een valutaveiling de kronen te converteren naar euro’s heeft niet geleid tot een bevredigend resultaat.

Op 18 augustus 2014 is  het restant van de vordering op Landsbanki (617 miljoen euro) verkocht voor 623 miljoen euro(1) . In de opbrengst van deze vordering zijn de rente- en uitvoeringskosten niet inbegrepen.

In september 2015 is de minister van Financiën een schikking overeengekomen met het IJslandse depositogarantiestelsel over een vergoeding van de door de Nederlandse Staat gemaakte rente- en uitvoeringskosten (2). De minister heeft aangegeven deze schikking te verkiezen boven vele jaren van procederen en onzekerheid.

  1. Brief van de minister van Financiën aan de Tweede Kamer van 27 augustus 2014, kenmerk BFB 2014-9120M.
  2. Brief van de minister van Financiën aan de Tweede Kamer van 21 september 2015, kenmerk BFB 2015-2013M.